Waarom sommige klimplanten beter tegen hitte kunnen: de wetenschap erachter
Niet elke plant reageert hetzelfde op hitte en droogte. Het verschil zit 'm in een aantal concrete, evolutionair ontwikkelde overlevingsstrategieën, mechanismen die bepalen welke klimplanten de zomers van de toekomst goed zullen doorstaan.
1. Een waslaagje tegen uitdroging
Bladeren van planten zoals Trachelospermum jasminoides hebben een dikke, glanzende cuticula, een waslaag op het blad. Deze cuticulaire was speelt een cruciale rol in de bescherming tegen droogtestress door celuitdroging tegen te gaan, en planten onder droogtestress produceren zelfs actief meer was op hun bladeren om waterverlies te beperken. Dat glanzende uiterlijk dat je bij Toscaanse jasmijn ziet, is dus niet zomaar esthetisch, het is een functionele barrière tegen verdamping.
2. Sturing via de huidmondjes
Planten ademen via kleine poriën (huidmondjes) op hun bladeren, waarlangs ook water verdampt. Bij droogtestress activeren planten het hormoon ABA (abscisinezuur), dat deze huidmondjes doet sluiten om waterverlies te beperken. Bij druivenplanten (Vitis) is dit mechanisme uitgebreid onderzocht: droogtetolerante genotypes reguleren hun huidmondjes en fotosynthese efficiënter bij watertekort dan gevoelige soorten. Dat verklaart mee waarom Vitis coignetiae goed standhoudt tijdens droge periodes.
3. Uitgebreide wortelstelsels
Droogtetolerantie bij wijnstokken wordt sterk bepaald door de architectuur van het wortelstelsel, planten die dieper en breder wortelen, hebben toegang tot watervoorraden die aan de oppervlakte al lang zijn opgedroogd. Dit is een van de redenen waarom goed ingegroeide klimplanten (na de eerste 1-2 jaar) veel beter tegen droogte kunnen dan pas aangeplante exemplaren.
4. Strategisch bladverlies
Halfwintergroene soorten zoals Akebia quinata kunnen bij extreme droogte of hitte gedeeltelijk hun blad laten vallen. Dat klinkt tegenstrijdig, maar is net een overlevingsstrategie: minder bladoppervlak betekent minder verdamping, waardoor de plant energie bespaart tot de omstandigheden weer verbeteren.
5. Herkomst uit warmere klimaten
Ten slotte speelt evolutionaire achtergrond een grote rol. Passiflora caerulea (passiebloem) is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika, waar planten zich over miljoenen jaren hebben aangepast aan hoge temperaturen en periodes van waterschaarste. Diezelfde aanpassingen, efficiënter watergebruik, sterkere celwanden, snellere hormonale stressrespons, nemen ze mee wanneer we ze hier aanplanten.
Wat betekent dit voor gevelvergroening?
Bij het samenstellen van een klimaatbestendige gevel houden we rekening met deze mechanismen: soorten met een dikke cuticula, efficiënte huidmondjesregulatie of een aangepaste wortelarchitectuur zijn een veiligere langetermijninvestering naarmate zomers warmer en droger worden.
Deel deze blog
Lees ook deze blogs

Van Vakbeurs Openbare Ruimte naar Green Expo 2026: ontmoet Groene Gevels
Onze deelname aan Vakbeurs Openbare Ruimte 2025 in Brussels Expo bevestigde wat we steeds vaker zien in de praktijk: groene gevels zijn uitgegroeid tot een volwaardige bouw- en ontwerpoplossing. De interesse kwam niet alleen van steden en gemeenten, maar in toenemende mate ook van bouwbedrijven, projectontwikkelaars en industriële spelers.


